Buikklachten? Het kan best eens een SIBO zijn. Misschien herken je het: een opgeblazen buik alsof je vijf maanden zwanger bent, winderigheid, rommelende darmen, buikpijn na eten, afwisselend diarree en obstipatie, vermoeidheid en zelfs een borrelde humeur omdat je buik je hele dag bepaalt. Veel mensen denken dan aan prikkelbare darm (PDS), voedselintoleranties of “een gevoelige maag”. Toch is er nog een veelvoorkomende – maar vaak gemiste – oorzaak: SIBO, de afkorting van Small Intestinal Bacterial Overgrowth, oftewel bacteriële overgroei in de dunne darm. Bij SIBO is niet zozeer het microbioom “slecht”, maar zit het op de verkeerde plek en in verkeerde hoeveelheden. En juist dát geeft klachten die je leven danig kunnen beïnvloeden.
In deze uitgebreide gids leggen we uit wat SIBO is, hoe het ontstaat, waarom het zoveel uiteenlopende klachten geeft, en vooral: wat jij vandaag al kunt doen om meer grip te krijgen op je herstel. Want hoewel SIBO complex kan zijn, is het niet onbehandelbaar. Met kennis, gerichte leefstijlkeuzes en – indien nodig – professionele begeleiding kun je de balans in je spijsvertering stap voor stap terugvinden.
Voordat we de diepte ingaan, één belangrijke nuance: buikklachten hebben meerdere mogelijke oorzaken. Coeliakie, IBD (zoals de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa), gal- of alvleesklierproblemen, parasieten, voedselallergieën en hormonale factoren kunnen allemaal meespelen. Dit artikel focust op SIBO, maar laat bij alarmsymptomen zoals onbedoeld gewichtsverlies, bloed in de ontlasting, koorts of aanhoudende pijn altijd je huisarts meekijken.
Wat is SIBO en waarom geeft het buikklachten?
SIBO staat voor bacteriële overgroei in de dunne darm. In een gezonde situatie bevat de dunne darm relatief weinig bacteriën; het gros hoort thuis in de dikke darm, waar ze vezels afbreken en korte-keten vetzuren produceren die onze darmwand en stofwisseling voeden. Bij SIBO raken bacteriën echter “op drift”: ze koloniseren in te hoge aantallen de dunne darm, waar ze voedselresten – vooral fermenteerbare koolhydraten – te vroeg gaan vergisten. Het resultaat? Gasproductie (waterstof, methaan of waterstofsulfide), een opgeblazen gevoel, druk op de darmwand, pijn en veranderingen in motiliteit (te snelle of juist trage passage).
Er zijn verschillende subtypen SIBO, afhankelijk van het dominante gas:
– Waterstof-dominant: vaak meer diarree, snelle motiliteit en urgentie.
– Methaan-dominant (tegenwoordig ook “IMO”, Intestinal Methanogen Overgrowth, genoemd): eerder obstipatie, opgeblazen gevoel dat de hele dag blijft “hangen”, kouder lijf en soms gewichtstoename of moeilijk afvallen.
– Waterstofsulfide-dominant: klachten als zwavelgeur of rotten-eieren lucht bij winden/boeren, branderige sensaties en wisselende ontlasting.
Waarom ontstaat SIBO? Vaak door een combinatie van factoren die normale beschermmechanismen verzwakken. Denk aan een verminderde maagzuurproductie (bijvoorbeeld door langdurig gebruik van maagzuurremmers), vertraagde darmmotiliteit (de “huishoudbeweging” van de darm, ook wel MMC: Migrating Motor Complex), anatomische factoren (verklevingen na buikoperaties), hormonen (hypothyreoïdie), diabetes of prediabetes (neuropathie beïnvloedt de motiliteit), chronische stress (die de zenuwsturing van de darm remt), voedselvergiftiging in het verleden (dat kan het MMC aantasten via antistoffen tegen zenuwstructuren), en soms een geschiedenis van antibiotica of infecties die het microbioom uit balans trokken.
Die combinatie verklaart waarom SIBO zó uiteenlopende symptomen kan geven. Bacteriën in de dunne darm concurreren met jou om voedingsstoffen; ze kunnen B-vitamines beïnvloeden (onder meer B12), ijzer en vetopname verstoren en zo vermoeidheid, haaruitval of “brain fog” uitlokken. Omdat gasvorming en ontstekingssignalen de darmwand prikkelen, kan de permeabiliteit (lekkende darm) tijdelijk toenemen, wat intoleranties voor FODMAP-rijke voedingsmiddelen kan versterken. En omdat het autonoom zenuwstelsel (de “stress-rem-stand”) nauw verweven is met je spijsvertering, ervaren veel mensen met SIBO ook prikkelbaarheid, slecht slapen of juist loomheid na een maaltijd.
Belangrijk is dat SIBO vaak overlapt met PDS. Niet zelden blijkt “PDS” bij nader onderzoek grotendeels door SIBO te worden gedreven. Andersom geldt ook: niet elke PDS is SIBO. Het onderscheid zit hem in de mechanismen en de tests, waar we zo dieper op ingaan. Voor nu is de kern: Buikklachten? Het kan best eens een SIBO zijn – zeker als je klachten voeding- en tijdsafhankelijk zijn, na eten opzetten, en als je merkt dat periodes van stress of onregelmatig eten je buik verergeren.
Een misverstand is dat SIBO altijd door “slechte bacteriën” komt. Vaak gaat het om normale soorten op de verkeerde plek. Dat is een cruciaal inzicht, want het herstelaanpak draait niet om “alles doden”, maar om verplaatsen, reguleren en de fysiologie van je spijsvertering opnieuw in het zadel helpen.
Hoe herken je SIBO en wat kun je doen?
De meest gebruikte test om SIBO op te sporen is een ademtest met lactulose of glucose. Je drinkt een testoplossing en vervolgens wordt op vaste tijdstippen je uitgeademde lucht geanalyseerd op waterstof en methaan; zo meet je indirect gasproductie door bacteriën in de dunne darm. Glucose-ademtesten zijn specifieker voor het proximale deel van de dunne darm, lactulose bereikt vaak verder en is gevoeliger voor distale overgroei. De gouden standaard is aspiratie uit de dunne darm met kweek, maar die wordt zelden toegepast. Ontlastingsonderzoek is nuttig voor de dikke darm en algehele spijsverteringsstatus, maar diagnosticeert SIBO niet rechtstreeks.
Herken je het klachtenpatroon en wil je alvast starten met leefstijlinterventies? Dat kan. Hier zijn werkzame eerste stappen die vaak verlichting geven, ook zonder strenge diëten:
– Eet in maaltijdrondes in plaats van te “grazen”: laat 3,5–4,5 uur tussen hoofdmaaltijden zodat je MMC zijn schoonmaakrondes kan draaien. Korte snackpauzes onderbreken die motor en bevorderen overgroei.
– Kauw rustig en eet zittend. Vertering begint in je mond; hoe beter je kauwt, hoe minder werk je dunne darm moet doen.
– Bouw maaltijdvolgorde slim op: begin met eiwit en niet-zetmeelrijke groente, voeg daarna vetten en dan pas zetmeel/fruit toe. Dit dempt snelle pieken in fermentatie en bloedsuiker.
– Verminder in de startfase de meest gasvormende FODMAP-bronnen (bijv. ui, knoflook, tarwe, cashewnoten, bepaalde peulvruchten), maar vermijd extreme langdurige eliminaties. Zie een FODMAP-arme fase als tijdelijk symptoommanagement, niet als eindbestemming.
– Ondersteun je dagelijkse darmritme: een ontspannen ochtendroutine, een glas water na opstaan, lichte beweging na de maaltijd (5–10 minuten wandelen) en een vaste bedtijd helpen de motiliteit.
Voeding blijft fundamenteel. Sommige mensen doen het in de beginfase beter op een relatief eenvoudige, onbewerkte basis: voldoende eiwitten, veel gekookte of gestoomde groente (makkelijker verteerbaar dan rauw), matige porties zetmeel, weinig alcohol en weinig sterk bewerkte producten met emulgatoren en zoetstoffen die je microbioom kunnen irriteren. Het idee van “terug naar de basis” sluit aan bij principes van oervoeding, aangepast op jouw tolerantie en doelen. Let wel: er is geen one-size-fits-all SIBO-dieet; het beste dieet is dat wat jouw klachten dempt zonder dat je voedingsstoftekorten oploopt.
Ook micronutriënten verdienen aandacht. Een milde aanvulling met bijvoorbeeld vitamine D kan bij een tekort je immuunbalans en darmbarrièrefunctie ondersteunen. Voor de darmmotiliteit wordt vaak gekeken naar leefstijl (stressreductie, buikademhaling, ritme), maar ook naar mineralen. Magnesium speelt bijvoorbeeld een rol in zenuwgeleiding en spierontspanning en kan – mits passend bij jouw situatie – bijdragen aan een regelmatiger stoelgang. Laat bij aanhoudende klachten en zeker bij supplementen altijd een professional meekijken, want timing, vorm en dosering maken uit en interacties met medicatie moeten worden uitgesloten.
Stressmanagement is geen “soft” advies, maar een fysiologische hefboom. Je darm is rijk geïnnerveerd door de nervus vagus; chronische stress duwt je in vecht-vlucht, met minder spijsverteringssappen, slechtere motiliteit en meer pijngevoeligheid. Eenvoudige tools zoals 5 minuten buikademhaling voor het eten, kort naar buiten gaan, daglicht in de ochtend en regelmatige bedtijden zijn gratis, haalbaar en verrassend krachtig. Veel cliënten merken dat hun “opblaasmoment” na de lunch halveert als ze 10 minuten rustig wandelen en 2 minuten neusgericht ademhalen.
Wat je beter (tijdelijk) kunt beperken bij sterke klachten: grote porties rauwe kruisbloemigen (kool, bloemkool, broccoli), suikeralcoholen (xylitol, sorbitol), veel frisdrank/zoetstoffen en alcohol. Ui en knoflook zijn supergezond, maar bij actieve SIBO berucht gasvormend. Gebruik eventueel knoflook-infused olie voor smaak zonder de FODMAP-last.
Praktische stappen en herstelplan bij SIBO
Een effectieve aanpak kent doorgaans drie fasen: kalmeren, corrigeren en consolideren.
1) Kalmeren: verminder symptomen en prikkels. Je start met maaltijdstructuur (niet grazen), rustige eetmomenten, eenvoudige maaltijden met gekookte groente, voldoende eiwit en vetten die je goed verdraagt, beperkte FODMAP-belasting en zachte leefstijlpijlers (slaap, stressreductie, lichte beweging). Vaak zie je binnen 2–4 weken al minder opzet en minder pijn. In deze fase kun je bespreekbaar maken of tijdelijke spijsverteringsondersteuning zinvol is (bijvoorbeeld bitters of gember vóór de maaltijd, of enzymen). Doe dit idealiter onder begeleiding, zeker bij maag-darmziekten of medicatie.
2) Corrigeren: verplaats het microbioom, herstel motiliteit en adresseren oorzaken. Afhankelijk van de ernst en het subtype kan een arts kiezen voor antibiotica (bijv. rifaximine; bij methaan subtype vaak gecombineerd met een ander middel). Een natuurlijke route kan met kruidenantimicrobiële protocollen (zoals berberine, oregano-olie, neem, allicine) die in studies vergelijkbare effectiviteit tonen, mits goed gedoseerd en lang genoeg (typisch 4–8 weken). Cruciaal is gelijktijdig of aansluitend werken aan MMC-ondersteuning (prokinetica; in milde gevallen kan gember, Iberogast of motiliteitsgerichte leefstijl al helpen) en het voorkomen van herbesmetting (mondgezondheid, neus-keelholte, refluxmanagement). Zonder motiliteit terug op de rails is terugval waarschijnlijk.
3) Consolideren: rustig herbouwen en verbreden. Na de “kill” fase voeg je geleidelijk meer vezels en fermenteerbare koolhydraten toe om je dikke darm weer te voeden. Start met kleine porties, één verandering per keer, observeer 48–72 uur en schaal op wat goed gaat. Denk aan goed gekookte wortelgroenten, pompoen, later havermout of gefermenteerde producten als je die verdraagt. Blijf je maaltijdvensters en stressmanagement onderhouden; dit is het anker dat terugval voorkomt. Werk ondertussen aan root causes: behandel een mogelijk vitamine- of mineralentekort, evalueer schildklier en glucosehuishouding, check op verklevingen of structurele problemen na buikoperaties, en minimaliseer langdurig gebruik van maagzuurremmers waar mogelijk in overleg met je arts.
Veelgemaakte valkuilen:
– Té streng, té lang: maanden op ultralage FODMAP of extreem weinig koolhydraten kan je microbioom verschralen, je schildklier en stemming belasten en het risico op terugval vergroten zodra je weer “normaal” eet.
– Alleen doden, niet bouwen: antimicrobiële middelen zonder motiliteitsplan en zonder herintroductie van vezels zetten de deur open voor een jojo-effect.
– Geen aandacht voor kauwen, ritme en rust: leefstijl is de motor van je spijsvertering; zonder die basis loop je telkens achter de feiten aan.
– Supplementen zonder plan: meer is niet beter. Kies gericht, test zo nodig waarden (zoals B12, ijzer, vitamine D) en evalueer effect.
Wat als je geen ademtest tot je beschikking hebt? Dan kun je onder begeleiding een “klinische trial” doen: 4–6 weken een SIBO-gericht leefstijl- en voedingsplan met zo nodig kruidige ondersteuning. Verbeteren klachten duidelijk en voorspelbaar, dan is SIBO waarschijnlijk. Vallen klachten stil of verslechteren ze, heroverweeg de hypothese en kijk breder (bijv. vetabsorptie, gal, pancreasenzymen, histamine-intolerantie, coeliakie, H. pylori, parasieten).
Een paar extra, vaak vergeten tips:
– Houd een symptoomdagboek bij met tijdstippen, voedingsmiddelen, stressniveaus en stoelgang. Patronen worden zichtbaar en helpen bij fine-tuning.
– Hydratatie: 1,5–2 liter water per dag is een simpele, maar effectieve stap voor motiliteit en stoelgang. Drink vooral tussen de maaltijden door.
– Buikmassage met de klok mee kan gas verplaatsen en comfort geven; 5 minuten in bed kan wonderen doen.
– Werk aan je neusademhaling, zeker ’s nachts. Mondademhaling droogt slijmvliezen uit en beïnvloedt de nervus vagus; een eenvoudige tape-techniek (alleen als veilig) of een neusspreider kan slaap en darm rustiger maken.
Tot slot: wees mild voor jezelf. SIBO is vaak geen “snelle fix”, maar een traject van 8–16 weken waarin je lichaam opnieuw leert hoe het eten verteert en gas afvoert. Met consistente kleine stappen kun je een grote bocht maken. En onthoud: Buikklachten? Het kan best eens een SIBO zijn – maar je bent niet je diagnose. Je darmen zijn trainbaar, je zenuwstelsel is plastisch en jouw leefstijl is een krachtige medicijnkast.
Wil je dit proces niet alleen doen of loop je vast op details? Een orthomoleculair geschoolde therapeut kan helpen je plan te personaliseren, labwaarden te duiden en interventies op elkaar af te stemmen. Zo voorkom je onnodige restricties en vergroot je de kans op duurzaam herstel.
Disclaimer: deze tekst is informatief en vervangt geen medisch advies. Bij alarmsymptomen of gebruik van medicatie, overleg altijd met je arts.
Veelgestelde vragen over SIBO
Wat is SIBO precies?
SIBO staat voor Small Intestinal Bacterial Overgrowth: een te hoge hoeveelheid bacteriën in de dunne darm, waar normaal relatief weinig bacteriën horen te zitten. Die overgroei leidt tot gasvorming, druk en ontregeling van de darmmotiliteit, met klachten zoals een opgeblazen buik, pijn en wisselende stoelgang.
Welke klachten passen bij SIBO?
Veelvoorkomende klachten zijn een opgeblazen gevoel na eten, winderigheid, buikpijn of krampen, diarree, obstipatie of een afwisseling daarvan, boeren, misselijkheid, vermoeidheid en brain fog. Soms treden voedingstekorten op (bijv. B12, ijzer) door malabsorptie.
Hoe test je op SIBO?
De meest gebruikte methode is een ademtest met lactulose of glucose, waarbij waterstof en methaan in de uitgeademde lucht gemeten worden. De uitslag helpt bepalen of en welk subtype SIBO aanwezig is. Aspiratie/kweek uit de dunne darm is de gouden standaard, maar wordt zelden toegepast. Ontlastingsonderzoek diagnosticeert SIBO niet rechtstreeks.
Gaat SIBO vanzelf over?
Meestal niet. Omdat er vaak een motiliteitsprobleem of een andere onderliggende factor speelt, komt SIBO zonder gerichte aanpak gemakkelijk terug. Leefstijl, voedingsstructuur en zo nodig antimicrobiële behandeling/prokinetica zijn de pijlers.
Welk dieet is het beste bij SIBO?
Er is geen universeel SIBO-dieet. Tijdelijk beperken van FODMAP-rijke voedingsmiddelen kan symptomen verlichten, maar langdurige strenge restricties zijn af te raden. Een onbewerkte basis, maaltijdvensters en stapsgewijze herintroductie werken vaak het best.
Zijn probiotica goed of slecht bij SIBO?
Dat hangt af van het type, de dosering en het moment. Sommige mensen reageren goed op specifieke stammen of op spore-gebaseerde probiotica, anderen krijgen meer gas. Begin laag, evalueer, en zet probiotica vaak pas in nadat motiliteit en overgroei zijn aangepakt.
Wat is het verschil tussen SIBO en PDS?
PDS is een syndroomdiagnose op basis van klachten, SIBO is een mechanisme (overgroei in de dunne darm) dat PDS-achtige klachten kan veroorzaken. Bij een deel van de PDS-patiënten blijkt SIBO een belangrijke drijver; testen helpt onderscheiden.
